Statut juridique

,

ID [nl]

Urban : 133

Soort

Met een oppervlakte van meer dan 63 ha, is het park van Woluwe, met zijn onregel­matige en heuvelachtige vorm waarschijnlijk een van de moniste parken in Engelse stijl van het Brussels Gewest. Koning Leopold II wilde Brussel vanaf het Jubelpark ver­binden met het domein van Tervuren via een prestigieuze laan. Leopold II vroeg in 1895 aan tuinarchitect Lamé om in de eerste bocht van de nieuwe laan een grote groe­ne ruimte te tekenen. De terreinen die de basis vormen van het park zijn volledig onbebouwd. François Mellaerts en Edmond Parmentier kochten ze in 1883 en 1897 van de Burgerlijke Gestichten van de stad Brussel. Op 9 april 1898 komt het tot een uitwisselingsakkoord tussen beide kopers. Vervolgens verwerft de staat de gronden, en in 1899 wordt met de aanleg van deze plaats begonnen. De volledige afwerking van deze zeer mooie realisatie loopt evenwel tot 1906­-1907. In het oosten wordt het park begrensd door de Vorstlaan en loopt het langsheen het "Woluwebeekje". In het noord-oosten is de grens de Tervurenlaan en de vallei van de "Bemelbeek" waarbij het de reeks vijvers die door deze beek gevormd worden, omgeeft. In zuide­lijke richting strekt het zich verder uit tot aan de hoger gelegen gedeelten. Het park heeft een hoogteverschil van 30 m. Laîné maakte daarvan gebruik om een prachtige heuvelachtige groene ruimte te scheppen. De Bemel voedt beide vijvers die langs de Tervurenlaan liggen. De kleinste, de "Bemel-vijver", heeft een oppervlakte van ongeveer 30 a. De grootste is de "lange vijver". Aan de kant van het beboste gedeelte van het park is de rand van de vijver gedeeltelijk gevormd door een grote kunstmati­ge rotspartij. Op het einde van vorige eeuw was dat erg in de mode. Tussen de afgedankte spoorwergberm en de Parklaan, aan zijn zuid-oostelijke grens, bezit het park ook twee andere bronvijvers. De kleinste (50 a) is de Denisvijver en daaronder vindt men de haast vijf maal grotere " ronde vijver".
 
Na 1945 werd het park vol­ledig vernieuwd. Sinds 1971 verleent de verlichting van bepaalde bomen, rotspartijen en vijvers het park een ontegensprekelijke charme. Bepaalde wegen staan open voor het verkeer, zoals de Parklaan en de kronkelweg die naar de top van het park leidt. Daar bevinden zich het sportcomplex, eigendom van het ministerie voor Open­bare Werken en de tennisbanen van Tennis Park.
 
De flora van het park is zeer uiteenlopend. Naast de grote gras­perken vindt men er hoge loofbomen, kreupelbos en struikgewas. Bepaalde inheemse of uitheemse planten­soorten kregen naamplaatjes. De bomen zijn prachtig en ongeordend verdeeld over de hellingen. Er zijn een aantal zeldzame soorten zoals de kalopanax pictus maximowic­zii met een omtrek van 1,75 m op 1,50 m van de grond en een hoogte van zo'n 20 m, een reuzesequoia met een omtrek van 6,5 m op 1,50 m van de grond en een hoogte van 33 m en een prachtige zelkoia senata met 2,15 m omtrek voor een hoogte van zo'n 20 m.

Bekijk alle bomen en objecten van deze site (144)