Denominaties

Franse naam : Châtaignier
Engelse naam : Sweet Chestnut, Spanish Chestnut
Duitse naam : Kastanie, Edelkastanie, Echte kastanie, Rosskastanie

Geslacht

Castanea

Algemene informatie

Frequentie in deze inventaris : 173
Deze soort is het 6de meest vertegenwoordigd in de inventaris.
De rangschikking van de frequentie van de soorten raadplegen :
XLSX (Excel 2007) - XLS (Excel 1997-2003)

Afkomst

Het natuurlijke verspreidingsgebeid van de tamme kastanje ligt voornamelijk in het Middellandse Zeegebied : Zuid-Europa, Klein-Azië en Noord-Afrika. In Zuid-Europa groeit hij van het Iberische schiereiland tot Griekenland via Zuid-Frankrijk, Zwitserland, Hongarije, Bulgarije en Roemenië. Meer naar het oosten treffen we hem aan in Klein-Azië (het huidige Anatolië) en de Kaukasus (Armenië, Georgië, Azerbeidjan...). In Noord-Afrika komt hij vooral voor in Algerije, Marokko en Tunesië. Zijn huidige territorium is heel wat ruimer dan zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied.

Beschrijving

De tamme kastanje is een grote boom die tussen 20 en 35 m hoog kan worden en die een kruin ontwikkelt in de vorm van een hoge, brede en bij alleenstaande exemplaren meer afgeronde koepel.

Het is een soort die houdt van warmte, zonlicht of halfschaduw. Hij verkiest bodems waarvan de vochtheidsgraad varieert van vrij droog tot redelijk fris, en vooral kalkarm. Hij heeft dus een voorkeur voor zure gronden en verdraagt bodems met een pH-waarde tot neutraal.

Zijn stam is vrij recht en de schors, grijs en glad op jonge leeftijd, krijgt later diepe spleten in de lengterichting en een bruinere tint.

De jonge twijgen zijn hoekig, met grote bladlittekens en dragen lenticellen. De knoppen zijn omgekeerd eivormig en puntig, met twee schubben en bedekt met zeer fijne haartjes.

De bladeren staan afwisselend spiraalsgewijs rond de twijg, zijn groot (10 à 20 cm lang en 5 à 10 cm breed), langwerpig-lancetvormig, getand, met geveerde nervatuur, onbehaard en glanzend bovenaan, licht donzig en met uitstekende nerven onderaan.

De bloeitijd, van begin juni tot eind juli, brengt mannelijke bloemen voort in kleine kluwens voorzien van een schutblad, die lange cilindervormige katjes vormen, smal en rechtopstaand, bleekgeel, en een sterke spermageur verspreidend. De vrouwelijke bloemen zijn per 1-3 gegroepeerd in een napje met puntige stekels, aan de basis van de mannelijke katjes. De bloemen brengen honing voort.

De vruchtvorming produceert helder- tot donkerbruine kastanjes die rijp zijn in oktober, per 1-3 gegroepeerd in een bolster voorzien van zeer talrijke fijne stekels, die bij rijpheid met 4 klepjes opengaan. De bolster is eigenlijk een vervorming van de schutbladen. Kastanjes zijn droge vruchten van het dopvruchttype. Elk van deze vruchten bestaat uit een zaad dat in een dunne en taaie schil zit. De schil is een pericarp die uit de drie klassieke lagen van de vruchtwand bestaat : epicarp, mesocarp en endocarp. Het zaad zelf wordt omhuld door een roodachtig, strak zittend vlies dat in de plooien van de vrucht doordringt en moet worden afgepeld alvorens men de kastanje kan eten. Kastanjevariëteiten waarvan het vlies de vrucht niet onderverdeelt, worden "marrons" genoemd.

Snoei

Hoewel het hout van de tamme kastanje weinig vatbaar is voor rotting, is het raadzaam het onderhoud te beperken tot het wegsnoeien van eventueel dood hout en onnodige ingrepen te vermijden want deze soort heeft een zwak compartimenteringsvermogen. De sneden mogen niet groter zijn dan 5 cm diameter.

Gebruiken

De tamme kastanje wordt op grote schaal gekweekt voor de kastanjes die in oktober worden geoogst. In de middeleeuwen en tot het einde van de 18de eeuw vormden ze in bepaalde streken van Europa een belangrijke voedselbron voor de mens. Men vermaalde de kastanjes tot een soort bloem die als vervanging diende voor tarwebloem wanneer de graanoogst onvoldoende was. Het hout is heterogeen met wit-geelachtig spinthout en kastanjebruin kernhout. Het verspreidt een uitgesproken tanninegeur. Het wordt vooral gebruikt om piketten, palen, slagbomen, afsluitingen en stokken te vervaardigen maar ook voor tonduigen, parketplanken, lambrisering en meer algemeen voor schrijnwerk, meubels, dakkappen of gevelbekleding. Het wordt ook gebruikt voor de productie van gebogen hout, houtvezelpanelen, papierdeeg en de extractie van tannine. Het is een matig brandhout, dat in een gesloten kachel moet worden verbrand om het wegschieten van sintels (vonken van een houtvuur) te voorkomen. De honing van de tamme kastanje, afkomstig van zowel nectar als honingdauw, heeft een helder- tot zeer donkerbruine kleur en onderscheidt zich van andere honingsoorten door zijn smaak en aroma. De geur is sterk, krachtig en doordringend met een uitgesproken bittere smaak.

Kenmerken

Groeisnelheid : zwak
Theoretische levensduur : 1000 jaren
Vereiste helderheid (volgroeid) : Heliofiel
Affiniteit met bodemtype : Vrij droog tot vrij koel. Kalkvrezende soort.
Niet bestand tegen verontreiniging.
Type beworteling : swivel met sterke laterale wortels

Afmetingen

Maximale omtrek in deze inventaris : 560 cm
Maximale omtrek geregistreerd in België : 845 cm (1989)
Theoretische bereikbare omtrek : 900 cm
Theoretische minimale omtrek voor de opneming in de inventaris* : 260 cm
Theoretische minimale omtrek om een boom als opmerkelijk te kwalificeren* : 390 cm
Maximale hoogte in deze inventaris : 33 m
Theoretische bereikbare hoogte : 25 à 35 m

* Deze criteria worden gewogen op de wijze als omschreven in de methodologie.

Excel export van de bomen van deze soort