Denominaties

Franse naam : Févier d'Amérique
Engelse naam : Honey-locust
Duitse naam : Amerikanische Gleditschie

Geslacht

Gleditsia

Algemene informatie

Frequentie in deze inventaris : 17
Deze soort is het 61de meest vertegenwoordigd in de inventaris.
De rangschikking van de frequentie van de soorten raadplegen :
XLSX (Excel 2007) - XLS (Excel 1997-2003)

Afkomst


Beschrijving

De christusdoorn is uit Noord-Amerika afkomstig en werd omstreeks 1700 in Europa binnengebracht. Het is een boom met zwaar en hard hout dat gebruikt wordt voor schrijnwerk. De peulen kunnen gebruikt worden voor de bereiding van likeuren en kleurstoffen voor de textielindustrie. Honing voortbrengende bloemen en peulen die graag gegeten worden door het vee.
 
Deze ongewone en decoratieve boom heeft een licht bladerdek met donkergroene, zeer zachte en glanzende bladeren die bleek goudgeel verkleuren in de herfst. Lange, scherpe en soms vertakte doornen en afhangende roodbruine peulen, afgeplat en kronkelig, 30 à 45 cm lang. De chistusdoorn vormt talrijke uitlopers aan de voet en spruit overvloedig uit.

Snoei

Vormsnoei wenselijk

Kenmerken

Groeisnelheid : middelmatig
Theoretische levensduur : 120 jaren
Vereiste helderheid (volgroeid) : Heliofiel
Affiniteit met bodemtype : gevarieerd, vooral lichte en rijke bodems
Niet bestand tegen verontreiniging.
Type beworteling : schuin

Afmetingen

Maximale omtrek in deze inventaris : 252 cm
Maximale omtrek geregistreerd in België : 420 cm (1994)
Theoretische bereikbare omtrek : 400 cm
Theoretische minimale omtrek voor de opneming in de inventaris* : 115 cm
Theoretische minimale omtrek om een boom als opmerkelijk te kwalificeren* : 173 cm
Maximale hoogte in deze inventaris : 29 m
Theoretische bereikbare hoogte : 15 - 25 m

* Deze criteria worden gewogen op de wijze als omschreven in de methodologie.

Excel export van de bomen van deze soort