Denominaties

Franse naam : Platane à feuille d'érable
Engelse naam : London plane
Duitse naam : Ahornblättrige Platane

Geslacht

Platanus

Algemene informatie

Frequentie in deze inventaris : 324
Deze soort is het 4de meest vertegenwoordigd in de inventaris.
De rangschikking van de frequentie van de soorten raadplegen :
XLSX (Excel 2007) - XLS (Excel 1997-2003)

Afkomst

Spanje, Engeland en Zuid-Frankrijk
 
De gewone plataan is een vruchtbare hybride tussen de westerse plataan (Platanus occidentalis) en de oosterse plataan (Platanus orientalis) verkregen na de introductie in Spanje en Engeland van twee oudersoorten omstreeks 1650. Volgens sommige auteurs zou het gaan om een oude cultivar van P. Orientalis.
 

Beschrijving

De gewone plataan is een sierboom die op grote schaal wordt aangeplant als sierboom, vooral in stedelijk milieu, vanwege zijn goede weerstand tegen diverse bronnen van fysiologische stress die in de stad aanwezig zijn zoals luchtvervuiling, verharding van de bodem of drastische snoei. Hij verdraagt ook goed verplanting.


Het gaat om een bladverliezende soort waarvan de oudste exemplaren meer dan 1.000 jaar kunnen worden. In België worden platanen echter zelden meer dan 300 jaar.

De gewone plataan is tussen 25 en 40 m hoog maar kan uitzonderlijk 45 m worden, zoals de hoogste plataan van Parijs (445 cm stamomtrek) die in 1847 werd geplant in het Bagatellepark in het Bois de Boulogne.


Deze soort heeft een rechte stam die echter bij zeer oude exemplaren vaak gedeukt en verwrongen is, met daarboven een brede en gespreide kruin. De gesteltakken zijn dik en zwaar en geven de boom een monumentaal uitzicht.


De eerst grijsachtig en gladde, later groen en geel gevlekte schors bladdert af in grote dunne plakken met afgeronde contouren en krijgt hierdoor het uitzicht van een slangenhuid.


De grote gladde bladeren (in het jeugdstadium met dons bedekt) zijn enkelvoudig, afwisselend geplaatst (anders dan bij de esdoorn), handlobbig met nerven, 15 à 30cm, bijna even lang als breed, met 3 tot 5 min of meer puntige lobben en gescheiden door redelijke diepe en open insnijdingen die echter niet tot het midden van de bladschijf komen, in tegenstelling tot P. orientalis. Ze zijn leerachtig en verteren moeilijk.


De bloemen staan dicht bijeen in eenslachtige ronde bloemkorfjes, gedragen door een afhangende as. De mannelijke korfjes zijn geelachtig, de vrouwelijke baksteenrood van kleur.


De kleine dopvruchten hebben een pluimpje (om gemakkelijk door de wind te worden vespreid) en staan gegroepeerd in gesteelde bollen of kluwens, die soms tot lang na het vallen van de blaren aan de boom blijven hangen.


Snoei

De plataan produceert gemakkelijk loten en verdraagt daarom in fysiologisch opzicht forse snoei hoewel dergelijke ingrepen meestal esthetisch weinig fraai zijn. Hij bezit ook een goed compartimenteringsvermogen (vermogen om een dam te vormen tegen de aantasting van het hout) en zijn hout lijkt minder vatbaar voor bederf dan dat van de beuk. Ondanks deze kwaliteiten zijn snedes met meer dan 10 cm diameter absoluut af te raden om de vorming van holtes te vermijden. De plataan leent zich overigens perfect voor architecturale vormsnoei (kattenkop, luifel, kandelaar) als dit vanaf jonge leeftijd gebeurt en geregeld wordt onderhouden.

Gebruiken

De gewone plataan is de meest gebruikte boomsoort voor rijaanplanting langs straten en wegen vanwege zijn goede weerstand tegen de stressfactoren van een stedelijke omgeving : luchtvervuiling, verharde bodem, doorgesneden wortels of drastische snoei. De term weerstand is echter geen synoniem van immuniteit en het is altijd beter een optimale omgeving te creëren met het oog op een maximale levensduur. Hij wordt ook vaak aangeplant in parken. Het hout is homogeen en lijkt goed op beukenhout, helder rood tot roodbruin. Het wordt gebruikt voor dezelfde toepassingen als bij de beuk, namelijk voor klein schrijnwerk en meubilair, nooit als structuurhout. Het is ook een goede brandstof.

Pathologieën

Anthracnose du platane

Kenmerken

Groeisnelheid : snel
Theoretische levensduur : 300 - 500 jaren
Vereiste helderheid (volgroeid) : Heliofiel
Affiniteit met bodemtype : lichte, koele en vruchtbare bodems
Niet bestand tegen verontreiniging.
Weerstand tegen verzakking : Goed bestand tegen inklinking
Type beworteling : krachtig
Diepte beworteling : schuin

Afmetingen

Maximale omtrek in deze inventaris : 602 cm
Maximale omtrek geregistreerd in België : 713 cm (1908)
Theoretische bereikbare omtrek : 800 cm
Theoretische minimale omtrek voor de opneming in de inventaris* : 293 cm
Theoretische minimale omtrek om een boom als opmerkelijk te kwalificeren* : 440 cm
Maximale hoogte in deze inventaris : 45 m
Theoretische bereikbare hoogte : 30 - 45m

* Deze criteria worden gewogen op de wijze als omschreven in de methodologie.

Excel export van de bomen van deze soort